|
Bron: www.mt.nl
Managers weten vaak uitstekend hoe en wanneer ze mensen moeten laten afvloeien. Maar wat als ze zelf ontslagen worden?
Dan blijken managers net gewone werknemers.
MT sprak drie managers over hun ontslag en wat dat betekende voor de rest van hun loopbaan.
Frank Plaatsman (55) was directeur van een kredietverzekeraar. Toen het dochterbedrijf waar hij werkte werd verkocht aan een concurrent, stond hij op straat
“Voor het verschil in salaris tussen mijn huidige en mijn oude functie zou ik zo gaan werken”, zegt Plaatsman lachend. Hij meent het maar half. Hij heeft het best naar zijn zin als Algemeen directeur van De Schalm in Haarlem, een stichting die mensen met ’een grote afstand tot de arbeidsmarkt’ begeleidt. Eerlijk gezegd gelooft hij ook niet dat hij als vijftiger nog makkelijk aan de slag komt in zijn oude vak.
“Ik was algemeen directeur bij Gerling Namur, een kredietverzekeraar. Dat wil zeggen dat we verzekeringen verkochten waarmee bedrijven zich kunnen indekken tegen onbetaalde facturen. Toen ik er in 1995 begon, gaf ik leiding aan vijftien man. In de acht jaar dat ik er werkte, groeide de organisatie verder, tot ik tachtig mensen onder mij had en een omzet van vijftig miljoen euro draaide.
In 2001 besloot Gerling Namur dat ze de Nederlandse Credietverzekerings-Maatschappij (NCM) wilde overnemen. De Europese Unie stond dat alleen toe wanneer Gerling Namur Nederland zou worden afgestoten, omdat er anders een monopoliepositie zou ontstaan. Mijn toko werd verkocht aan een Frans bedrijf. Ik heb die overname helpen voorbereiden en werd officieel - ja het bestaat echt - ’hold seperate manager’. Een ambtenaar van de Europese commissie keek over mijn schouder mee om te zorgen dat het netjes gebeurde en het bedrijf in zijn geheel overging naar de nieuwe eigenaar.”
“Ik zou zelf niet meegaan, zoals wel vaker gebeurt bij overnames. Het Franse bedrijf wilde, en dat snap ik ook wel, een manager die ze zelf konden ’opvoeden’. Mijn tweede man werd de nieuwe baas en ik zou voor Gerling Namur een kantoor in Singapore op gaan richten. Elf september gooide roet in het eten. Het ging economische slechter, zeker in de verzekeringsbranche, en er was geen geld meer voor een nieuw kantoor in Azië. Toen ik eind 2003 de boel overdroeg, was er geen plek meer voor mij. Ze hadden genoeg managers van het bedrijf dat ze hadden overgenomen. Ik mocht mijn prijs noemen en vertrekken.”
“Eerst had ik er wel vertrouwen in dat het goed zou komen. Ik ben commercieel ingesteld en heb altijd veel geld verdiend voor de baas. Maar het ging slecht in de branche en tegelijkertijd was er een fusiegolf gaande. Niemand zat te wachten op nog een directeur. Als vijftiger bleek het heel lastig om een baan te vinden. Ik was te duur, of kwam vanwege mijn verleden niet in aanmerking voor een lagere functie. Met mijn ervaring werd ik waarschijnlijk als een risico gezien.”
Sollicitatietraining
“Ik ging het hele traject van het UWV in. Er werd een reïntegratiebureau in de arm genomen. Besloot een medewerker van dat bureau dat ik op sollicitatiecursus moest. Ik had al een heel outplacementtraject gehad,dus dat was dubbelop vertelde ik. Schrijft de medewerker in zijn rapport:“Plaatsman vindt een sollicitatietraining niet nodig”, alsof ik niet mijn best deed. Uiteindelijk hoopten ze denk ik,dat ik op eigen kracht een baan zou vinden.”
“Als je in de WW zit moet je verplicht elke week solliciteren. Je schrijft op alles, maar krijgt heel vaak geen antwoord. Bij één headhunter kreeg ik zelfs te horen “Waarom komt u hier eigenlijk? U bent toch veel te oud?” Uiteindelijk ging ik,zoals zoveel mannen van mijn leeftijd,aan de slag als consultant. Met een aantal kennissen hielpen we kleine startende ondernemingen als raadgever of in de rol van commissaris. Leuk werk hoor, maar ik ben meer iemand om in een bedrijf met mensen te werken.
Toevallig hoorde ik van deze functie bij de Schalm. Hier waren ze blij met zo’n ’zware vent’.”
Leren opstaan
“Het was wennen voor mij in de zorgsector.
Ik was gewend te werken met gemotiveerde mensen, jong en bijna allemaal academisch geschoold. Bij de Schalm bieden we 120 mensen een leer-werk traject aan. Vaak zijn het ex-verslaafden of psychiatrische patiënten die werkzaam zijn in onze auto, houtbewerking-, textielwerkplaats of in de kringloopwinkels. Die moeten we eerst leren op tijd op te staan. Dat geldt natuurlijk niet voor de werkbegeleiders en andere vaste medewerkers, maar ook onder hen heerst toch een andere mentaliteit.
Ze zijn niet commercieel ingesteld en hebben bijvoorbeeld moeite om artikelen in de kringloopwinkel voor hogere prijzen te verkopen. Want, zo redeneren ze, bij ons komen veel uitkeringsgerechtigden over de vloer. Daar moet ik nu verandering in brengen, want we krijgen steeds minder subsidie en moeten het hebben van de gemeente die bij ons de leer-werktrajecten kan inkopen en van de opbrengst van de winkels.”
“Het is mooi om iets maatschappelijks nuttigs te doen. Als de kans zich voordoet, weet ik niet of ik weer in de verzekeringsbranche zou gaan werken. Niet voor ik hier klaar ben. Maar als je een keer grootverdiener bent geweest, is het lastig. We hebben een huis in Frankrijk dat geld kost. Sparen lukt niet meer. Acht jaar geleden kregen we het geld niet eens op.”
|
Ik heb wat foto'S gestuurd.
sorry was niet geheimzinnig bedoelt ...
Ik heb nog heel wat foto's van Wil Wo...
Stuur ons jouw foto, digitaal bestan...